|
De voorhand
De borst is diep en reikt tot aan de elleboog,
waarbij de borstdiepte ongeveer de helft van de totale hoogte van de hond
bedraagt. De ribben zijn mooi gewelfd zonder tonvormig te zijn. De ribben
reiken ver naar achter, de flanken zijn kort, gesloten en gespannen. De
beide voorbenen moeten van voor af gezien recht zijn waarbij deze
evenwijdig aan elkaar staan. De knoken zijn sterk en stevig aan elkaar
verbonden. De ellebogen mogen niet te ver van het lichaam afstaan maar ook
niet te sterk naar de borst gedrukt. De schouder is lang en schuin en goed
gesloten aanliggend, niet te sterk bespierd waarbij de opperarm lang is en
met het schouderblad een rechte hoek vormt. De onderarm is loodrecht, lang
en heeft een stevige bespiering. Het voorkniegewricht is kort mag goed
maar niet overdreven zichtbaar zijn. De middenvoet is kort en een klein
beetje schuin, staat bijna loodrecht op de vloer. De voet is klein met
mooie gesloten, gebogen en harde zolen. De voorhand loopt goed over in de korte,
rechte en sterk bespierde rug. De schoft moet goed te zien zijn en deze is iets hoger.
|