God en de platte boxerneus

Toen God mens en dieren had geschapen, maakte hij een dier tot de vriend van de mens:de hond. Hij schiep de hond in allerlei vormen en grootten en wou er toch ene boven alle anderen scheppen in schoonheid en snelheid en moed en liefde. Hij nam zachte klei en schiep de ideale hond, de boxer, en die had een lange elegante neus. De boxer was heel fier op die neus en zei tot de andere honden: ik ben perfect en beter dan jullie allemaal.

De kleine honden waren akkoord, de middelgrote honden durfden niet anders dan ja knikken, maar de grote honden werden boos, want zij waren immers groter dan de boxer. Dat zeiden ze hem luid en ze plaagden hem. De boxer vergat dat de zachte klei waaruit hij bestond. nog niet hard was geworden en wierp zich razend op de grootste hond. Helaas, zijn prachtige neus werd ingedeukt en zijn snoet rimpelde klaaglijk.

God glimlachte en zei: "Omdat ik zo van hou zal ik je niet straffen. Maar met die ingedeukte snoet moet je voortaan leren leven". Daarom zal de boxer kleine honden nooit kwaad doen maar als een grote hond hem ook maar even scheef bekijkt, valt hij hem aan razend.