|
De zesde dag
Toen de hond geschapen was, likte hij de hand van God en God streelde hem over zijn kop. "Wat is er, hond?" "Och baas,
ik zou zo graag bij jou willen wonen, in de hemel, op het matje voor de deur". "Geen sprake van", zei God, "ik heb geen
hond nodig, want Ik heb toch geen dieven geschapen?" "Wanneer doe je dat dan?" "Nooit. Ik ben al 5 dagen in touw en nu ben ik moe; het wordt tijd dat ik uitrust.
Ik heb jou gemaakt, hond, het beste van alles wat ik geschapen heb, mijn meesterwerk. Het is verstandig het daarbij te laten.
Een kunstenaar moet niet nog meer willen, als zijn inspiratie op is. Als ik nou nog doorging met mijn scheppingswerk, dan
zou ik het risico lopen alles te verknoeien. Nee hoor. Ga jij maar gauw op aarde wonen en zorg dat je daar heel gelukkig
wordt."
De hond zuchtte diep. "Wat moet ik op de aarde doen, baas?" "Eten, drinken, groot worden, voor jonkies zorgen". De hond
zuchtte nog triester. "Wat wil je dan nog meer?" "Ik wil jou, God, jij bent toch mijn baas. Kun jij ook niet op aarde komen
wonen dan?" "Nee, nee, daar pieker ik niet over. Ik kan niet op de aarde komen om jou gezelschap te houden. Ik heb wel wat
anders te doen. De hemel hier, de engelen, de sterren - ik verzeker je, daar heb ik mijn handen aan vol." Toen boog de hond
zijn kop en liep langzaam weg. Maar hij kwam weer terug: "Eh, God, zou het mogelijk zijn, eh, zou er daar beneden iemand
kunnen zijn, een soort baas, die op jou iijkt?" "Nee", zei God, "Die is er niet." De hond maakte zich heel kleintjes, heel
bescheiden en drong nog smekender aan: "Maar als jij het wil. lieve baas.......... je zou misschien kunnen proberen......."
Nee, dat kan niet", zei God. "Ik heb mijn werk gedaan, mijn schepping is af. Iets beters als jij zal mij niet lukken, nooit.
Als ik vandaag nog een ander schepsel zou maken - ik voel het in mijn toppen van mijn vingers - dan zal dat mislukken. Dat
zal helemaal fout gaan." "Dat geeft niet. Heer", zei de hond. "Ook al mislukt 't, als ik maar iemand heb die ik overal kan
volgen, waar die ook gaat en bij wie ik kan gaan liggen als hij nergens heen hoeft."
God was verbaast en in de wolken dat hij zo'n goedhartig en trouw wezen geschapen had en hij zei tegen de hond:
"Goed, dan zal ik jou je zin geven." En terug in zijn werkplaats schiep hij de mens.......
PS.: De mens is mislukt, uiteraard. God had het zelf al gezegd. Maar de hond is tevreden.
|